Grondleggers van het karate
Hironori Ohtsuka (grondlegger Wado Ryu karate)
Gichin Funakoshi (grondlegger van het Japanse karate)
Sosai Masutatsu (Mas) Oyama (grondlegger Kyokushinkai Karate)
Morihei Ueshiba Osensei (grondlegger Aikido)
Chojun Miyagi (grondlegger Gojuryu karate)
Hironori Ohtsuka (grondlegger Wado Ryu karate)

Hinonori Ohtsuka (1892-1982) was de oprichter van het Wado ryu karate. Toen hij zes jaar was, begon hij met het oefenen in shindo yoshin ryu jiujitsu en op zijn dertigste begon hij te trainen onder leiding van Gichin Funakoshi (de oprichter van karate-do), voordat hij in 1939 de wado ryu-stijl oprichtte.
Hironori Otsuka kwam al op 5 jarige leeftijd in contact met het Jiujitsu. In 1905 ging hij naar de middelbare school, waar hij startte met shindo yoshin ryu jujutsu. Zijn leraar was Tatsusaburo Nakayama. Deze stijl van jiujitsu kenmerkte zich door slag- en trap technieken naar vitale punten van het lichaam en door op een natuurlijke manier ontwijken van een aanval met zo min mogelijk gebruik van energie.

Otsuka maakt zich deze vorm van jiujitsu zo goed eigen dat hij in 1921 het diploma van volledig bekwaamheid (menkyo) mocht ontvangen. In 1922 hoorde Otsuka sensei van een karate demonstratie, gegeven door Gichin Funakoshi sensei, grondlegger van het shotokan karate. Kort daarna begon hij met zijn karatetrainingen onder leiding van Funakoshi. In die tijd bestond de training hoofdzakelijk uit het beoefenen van Kata (solovormen). Maar Otsuka vond het enkel en alleen beoefenen van Kata in strijd met de spirit van Budo. Hij zag Kobo-itchi (aanval en verdediging als één geheel) juist,door zijn jiujitsu-achtergrond, als typerend voor kenmerk van het Budo. Om dit te trainen ontwikkelde hij Yakusoku kumite oftewel de Kihon kumite. Ook voegde Otsuka het idori no kata (verdediging vanuit een zittende positie) en het shiraha tori no kata (verdediging tegen zwaardaanvallen) toe.

Samen met Funakoshi werden de Yakusoku kumite verder ontwikkeld en twee jaar later, in 1924 demonstreerden zij samen, voor het eerst, deze vorm van vechten op afspraak. Enkele jaren later in 1928, was Otsuka hoofdleraar van shindo yoshin ryu jujutsu en assistent leraar in de dojo van Funakoshi.
In 1939 wilde de Japanse Budo organisatie Dai Nippon Budoku Kai dat alle karatestijlen zich officieel registreerden. Otsuka schreef zijn vorm van karate in onder de naam Wado Ryu. Aan het eind van de tweede wereldoorlog waren de technieken van Otsuka op een hoogtepunt. Het Wado Ryu was uitgegroeid tot een volledige vechtkunst. Inmiddels had hij de kata's die hij van Funakoshi had geleerd, enigzins veranderd. Alle 'grote' bewegingen werden door hem als overbodig beschouwd, omdat het uitvoeren ervan resulteerde in een verlies van kracht en energie. Ook veranderde hij de namen terug in Chinese benamingen: de heians werden pinans, de kanku werd Kushanku en de gankaku werd Chinto.
Door de voorzitter van de Kokusai Budo Renmei (de Internationale Martial Arts Federatie) werd aan Otsuka sensei in 1972 de titel MEIJM verleend. Dit is de hoogste titel die er op dit gebied bestaat en deze was nog nooit eerder toegekend. Hij bezocht in 1968 Europa en gaf les in diverse landen, waaronder ook Nederland. Na 84 jaar van zijn leven aan het Budo besteed te hebben, overlijdt Saika Shihan Hironori Otsuka op 29 januari 1982. Zijn grafschrift luidt: "The way to practice martial arts is not fighting. Always look for your own inner peace and harmony, search for it."
